
Een echt ouderwets koekje wat in Katwijk vroeger door moeder de vrouw werd gemaakt om mee te geven aan haar man voor aan boord van de vissersschepen, zodat daar ook genoten kon worden van een heerlijk koekje bij de koffie. In de rest van Nederland is een variant van dit koekje beter bekend als Jan Hagel. De Kattukse knip hoort echt bij de Katwijkse geschiedenis zoals ook de zeekaak en de appelbroeder daarbij past.

wat heb je nodig voor een heerlijke hoeveelheid koekjes:
- 150 gram roomboter op kamertemperatuur en in kleine blokjes gesneden
- 200 gram zelfrijzend bakmeel
- 125 gram witte bastaardsuiker
- 2 theelepels kaneel
- 1 zakje vanillesuiker
- 1 snufje zout
- 1 ei (losgeklopt)
- 100 gram greinsuiker (kocht ik bij Welkoop)
- klaar in ongeveer 40 minuten, oven voorverwarmen op 170 graden
Doe alle ingrediënten, behalve het ei en de greinsuiker, bij elkaar in een kom en kneed het tot een mooi deegje.

Rol het deeg daarna uit op een stuk bakpapier ter grote van je bakblik. Het mag best vrij dun uitgerold worden, ongeveer een 3 a 4 millimeter. Ik heb een vrij kleine oven dus ik verdeelde mijn deeg in drie gelijke stukken en rolde dat uit. Klop het ei los en besmeer je plak deeg hiermee. Verdeel vervolgens de greinsuiker over de plak, niet te weinig maar ook niet te veel. De koek kan nu in de oven, 20 a 25 minuten en mogen mooi donkerbruin gebakken worden.

Haal de plak koek uit de oven en snijd direct mooie rechthoekige koekjes uit het nog warme deeg (ik deed het met de pizzasnijder), niet te groot en niet te klein. Laat vervolgens goed afkoelen en bewaar ze daarna in een goed af te sluiten blik, zo kan je dagen genieten van deze Katwijkse traktatie.

